https://www.svhuizen.nl/trainers/n4592c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Trainers
    5 jun 2020
    Ron Tuijnman
    Volgens de een een passant, volgens de ander de zondebok. Op schilden gehesen bij successen, vervloekt bij nederlagen. Trainers. `n Column...
    trainers

    Trainers
    Ik heb in de loop der jaren met aardig wat trainers mogen en soms ook ‘moeten’ werken. Ieder mens is verschillend, maar trainers zijn wat dat betreft toch wel een slag apart: aan de ene kant heel verschillend, aan de andere kant vaak juist heel erg hetzelfde.
    Wat ze bepaald niet gemeen hebben, is hun kijk op voetbal. Op zich is dat opmerkelijk, aangezien we een club hebben die toch een bepaalde manier van voetballen voorstaat. Je zou dan toch een reeks trainers verwachten die die manier van voetballen hoog in het vaandel zouden moeten hebben. Opmerkelijk genoeg waren dáár juist de verschillen het grootst. Bij de een was de angst om te verliezen groter dan de wil om te winnen, anderen weigerden concessies te doen aan de door hen beoogde manier van spelen en lieten zich door niets of niemand op andere gedachten brengen. En dan had je natuurlijk ook de opportunisten: zo de wind waaide, waaide hun tactiek. ‘t Donderde niet hoe, áls er maar gewonnen werd…
    Ook de samenwerking met mijn persoontje verliep lang niet altijd eenduidig. Sommige trainers beschouwden me als een noodzakelijk kwaad en moesten haast van bestuurswege gedwongen worden me ter wille te zijn. Ze beschouwden me als een ‘pain-in-the-neck’, zoals Amerikanen dat zo treffend noemen. Anderen waren juist heel enthousiast en beschouwden me haast als een deel van de ploeg. Het zal u niet verbazen dat ik aan die laatste groep de beste herinneringen bewaar. Maar me herinneren doe ik ze nagenoeg allemaal.
    Een van de trainers waar ik als mens zeer veel mee ophad was Erik Assink. Hij was er een van het kaliber dat geen concessies deed en zijn voetbal wilde blijven spelen. Een warm, aimabel mensenmens dat er moeite mee had als hij zichzelf woordelijk geciteerd in het verslag terugvond. Een stukje valse bescheidenheid, schat ik zo in. En dus leerde ik me een verslagstijl aan waarbij ik hem de woorden min of meer in de mond legde. Hij zei het altijd wel letterlijk, maar dat las je dan nooit rechtstreeks uit het verslag. Helaas bleek het voetbal dat Erik wilde spelen niet helemaal te passen bij de groep spelers die hij op dat moment tot zijn beschikking had gekregen en er kwam dan ook een voortijdig einde aan onze samenwerking.
    Jurgen Kok was ook een gedreven professional. Een die qua streven naar perfectie een beetje aan Louis van Gaal deed denken. Ik herinner me nog een lange busreis naar Zeeland waarbij we een tussenstop bij een restaurant hadden voor de lunch. De kok (niet te verwarren met Jurgen) had een berg kroketten gebakken en Jurgen ging helemaal uit zijn dak: wie er een kroket nam stond niet in de basis! Hij had gelijk natuurlijk en aangezien ik toch al geen basisplek had, veroorloofde ik me zelfs een tweede kroketje. Was ook anders zielig voor die andere kok geweest, natuurlijk.
    Jurgen was ook een trainer die graag vanuit een behoudende tactiek speelde. Het was wederom tegen een Zeeuwse club, dat Jurgens vrouw op bevallen stond. Dat maakte voor Jurgen de reis naar Zeeland onverantwoord en hij droeg de honneurs over aan assistent-trainer Bertus van Effrink. Deze begon de wedstrijd tegen mededegradatiekandidaat SSV braaf met het door Kok opgedragen concept. Het liep weer voor geen meter en met een bloedeloze 1-0 achterstand droop Huizen naar de kleedkamers af.
    Na rust had Bertus alle tactische concepten van zich afgegooid en zette Guus Verhoef in – een grillige buitenspeler die wel iets van de legendarische Pietje Keizer had. En het had succes: Rooie Bertus stapte glunderend met een 1-2 overwinning het veld af, met een al even glunderende Guus Verhoef die nadrukkelijk zijn stempel had gedrukt op de ommekeer.
    Kok maakte geen vrienden met zijn spelstijl en ik herinner me dat supporters hem na de degradatie akelige verwijten maakten. Ik zie hem nog witheet en briesend over de parkeerplaats benen op weg naar zijn auto. Even overwoog ik hem tegen te houden omdat hij in deze emotionele toestand eigenlijk geen auto zou moeten gaan besturen. Onze verhouding was echter niet van dien aard dat ik daarin iets betekend zou kunnen hebben. Maar dat ik niet ingreep, dat verwijt ik mezelf tot op de dag van vandaag nog.
    Ook een markante persoonlijkheid was onze ad-interimtrainer Ton Ojers. Wat een fenomeen! De flamboyante TV-personality had er een handje van om spelers tot op de enkels af te zagen en ze zo te prikkelen om boven zichzelf uit te kunnen stijgen. Hij kwam toen Huizen in degradatiegevaar verkeerde en had dus knokkers nodig, spelers met vechtersmentaliteit. Door ze volledig de grond in te boren filterde hij er de knokkers, de karakters, tussenuit. Ik weet het niet meer helemaal zeker, maar volgens mij hield hij ons toen via de nacompetitie in de hoofdklasse. Wat me echter nog wél helder voor de geest staat is dat interview dat ik na afloop met hem had na een onnodige 1-0 nederlaag. Ik liep de gang naar de kleedkamers in en mensen van de begeleiding adviseerden me maar even te wachten. “Niks daarvan!” Brieste Ton Ojers, terwijl de stoom zo ongeveer uit zijn oren kwam. Hij gaf een vernietigend commentaar dat ik zo goed en zo kwaad als het ging van de ernstigste opmerkingen kuiste. Het verslag bevatte nog niet de helft van de vernietigende commentaren die ik opgenomen had.
    De volgende dag werd ik gebeld door de toenmalige voorzitter dat we vooral niet te negatief naar buiten moesten treden. Ik was het daar uiteraard roerend mee eens, maar ja: ik kon toch ook moeilijk schrijven dat Ton eigenlijk best tevreden was geweest. Achteraf had ik natuurlijk niet die gang in moeten gaan, maar Ton merkte later op dat hij desnoods een week later nog exact hetzelfde zou hebben gezegd …
    Tenslotte bewaar ik achteraf ook nog goede herinneringen aan Tijs Schipper. We begonnen een beetje op verkeerde voet, aangezien ik het wat ‘laf’ vond dat hij het roer van zijn voorganger niet per direct wilde overnemen en pas bij aanvang van het nieuwe seizoen voor de groep wilde gaan staan. Tijs was een heerlijke trainer onder wie we aanvankelijk rechtstreeks op de titel af leken te stevenen. Karakteristiek waren zijn luidkeelse uithalen ‘Joooooooones!’ als hij Garrett ‘Greyhound’ Jones er weer vandoor wilde sturen.  Heerlijk!
    Ineens kwam er echter de klad in en vielen we als een baksteen omlaag op de ranglijst. Schipper vertrok vervolgens naar zijn oude liefde Marken, naar ik meen.
    Met Jamory Leysner had ik een vreemd soort haat-liefde verhouding. Ik vond het een uitermate kundig trainer, maar zijn relatie met mij en de pers (gesteund door zijn assistent Regillio Simons) was er altijd een op gespannen voet. Bert-Jan van Oel – destijds een sportverslaggever van de Gooi en Eemlander – is een keer kwaad uit de catacomben weg gebeend, waarbij hij Jamory luidkeels van ‘Van Gaal allures’ betichtte. Ja, je maakt wat mee zo in de loop der jaren…
    Toch heb ik via Facebook nog steeds contact met die kleine avonturier: nadat hij eerst de nodige omzwervingen door de VS had gemaakt is hij nu trainer-eigenaar van een derde divisieclub op Cyprus... Een voetbaldier in hart en nieren! Altijd een zwak voor Jamory gehouden!
    Stuk voor stuk hebben al die trainers toch iets bij me achtergelaten en is er uiteindelijk eigenlijk maar één trainer geweest die ik opgelucht zag vertrekken. Maar wie dat geweest is dat ga ik hier uiteraard niet aan de grote klok hangen…