https://www.svhuizen.nl/nieuwe-roerganger-op-t-vlaggenschip-arnold-klein/n3990c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Een nieuwe roerganger, zeg maar een nieuwe kapitein die de het kompas van ons vlaggenschip weer op koers moet zetten naar waar onze vereniging thuishoort. Alle reden dus voor een kort vraaggesprek met Arnold Klein, hoofdtrainer van sv Huizen...
    arnold-klein

    Arnold Klein
    38 Jaar, geen ons aangekomen sinds we hem voor het laatst hier in een groen-geel shirt in actie hebben gezien, gedreven en ambitieus: Arnold Klein, fysiotherapeut in Hoevelaken en woonachtig in Eemnes met vriendin Irene en twee (stief)kinderen Pascal en Alex. Full-time werkzaam als fysiotherapeut en de afgelopen jaren gespecialiseerd in nek- en schouderklachten.
    En nu dit seizoen dus debuterend als hoofdcoach van ons aller sv Huizen…

    Carrière
    “Ik ben hier als vijfjarige bij Huizen in de jeugd begonnen in een van de lagere F’jes. Daarna kwam ik al snel in de F1 en heb daarna alle selectie-elftallen doorlopen met in de B een jaartje naar de jeugd van FC Utrecht. Dat werd niet echt een succes en ik verloor het plezier in voetbal op dat moment een beetje. Dus weer terug naar Huizen. Vervolgens naar Haarlem voor mijn studie CIOS. Die periode voetbalde ik ook bij de A-jeugd van HFC Haarlem, destijds een BVO. Ik stond op de nominatie om naar het tweede van Haarlem te gaan, maar helaas gooide een blessure roet in het eten. Ik ben toen vier keer aan mijn knie geopereerd. Dat ging twee keer niet helemaal goed, waardoor de blessure terugkwam en ik last bleef houden van die meniscus. Daarna ging ik naar Arnhem naar het CIOS – een opleidingsinstituut voor sportleiders. Daarna heb ik vervolgens één tussenjaar gedaan om mijn TC1 trainersdiploma te halen - mijn TC3 en 2 had ik al op het CIOS gehaald. Daarna werkte ik en speelde bij EDO Haarlem, een zondag eersteklasser. Daarna ben ik teruggekomen naar Huizen en heb daar met die succesformatie de nodige successen behaald.
    Na drie jaar ben ik toen naar Sparta Nijkerk gegaan. Het gerucht ging dat ik daar voor de ‘centen’ heen ging, maar daar is niets van waar. Er waren wat zaken tussen spelers onderling en de leiding voorgevallen waar ik nu verder niet op in wil gaan. Het was voor mij echter wel de aanleiding elders te gaan spelen. Ik heb toen vier seizoenen bij Sparta Nijkerk gespeeld, vervolgens twee seizoenen D.OV.O. en ben toen hier weer teruggekeerd. Tenslotte ben ik daarna bij VVZ beland in de eerste klasse. Daar heb ik een heel leuk jaar gehad met een heel leuk team en mijn carrière eigenlijk afgesloten. Ik ben daar ook begonnen als assistent-trainer bij Spakenburg. Dat heb ik drie-en-een-half jaar gedaan.”

    Hoofdtrainer en voetbaldier
    “Bij Sparta Nijkerk had ik al mijn baan, het voetballen en het trainerschap gecombineerd: ik speelde zelf bij Sparta Nijkerk op maandag, dinsdag, donderdag en zaterdag en was actief als hoofdtrainer van Baarn op woensdag, vrijdag en zondag. Maar je begrijpt dat dat wel een erg zware wissel op je persoonlijk leven trekt en op een gegeven moment kon ik dat niet echt meer combineren. Toen heb het trainerschap even op een laag pitje gezet en ben dus bij D.O.V.O. verder gegaan met voetballen.
    Ik heb al vroeg in mijn carrière besloten om mijn papieren te gaan halen. Ook als speler was ik vaak aanvoerder en daarmee een soort verlengstuk van de trainer. Altijd proberen ook in het veld de lijnen verder uit te zetten zoals we dat met de staf en de groep voor de wedstrijd hadden besloten. Ook als voetballer zat er dus ook altijd al wel een stukje van ‘n trainer in mij.”


    ...'n Gedreven coach... 

    Huizen
    Je stapt in Huizen op het moment dat we sportief in zwaar weer zitten na twee opeenvolgende degradaties. Wat heeft je vooral doen besluiten er toch in te stappen?
    “Ach, ik heb ook een jaartje niets gedaan en regelmatig de wedstrijden van Huizen kunnen bekijken. Het deed me als Huizer in hart en nieren pijn dat je zo weinig bezieling meer zag en de club langzaam maar zeker af zag glijden naar de eerste klasse. Dus toen Huizen me belde ben ik in gesprek gegaan. In dat gesprek heb ik duidelijk aangegeven hoe ik denk te willen werken met een club en dat paste wonderwel mooi bij het plaatje dat Huizen voor ogen had voor de komende jaren. Dan kan je wel roepen dat het een zinkend schip is, maar ik zie het meer als een uitdaging om met een potentievolle spelersgroep de club uit het slop te proberen trekken. Ik hoop natuurlijk zo snel mogelijk weer terug te kunnen keren naar de hoofdklasse. Maar hoe lang dat gaat duren, dat weet je natuurlijk nooit van tevoren.”

    Voorbeelden
    Van welke trainer(s) waar je zelf onder getraind hebt hoop je dat je wat trekjes kunt overnemen?
    “Qua ijzeren discipline is daar natuurlijk Roy Wesseling. Die pakte het aan alsof het al betaald voetbal was. Maar je moet natuurlijk niet uit het oog verliezen dat we allemaal ook gewoon een sociale kant hebben: bezig zijn met werk, gezin, studie. Wat dat betreft heb ik veel gehad en opgestoken van Jochem Twisker met wie ik bij Spakenburg heb samengewerkt. Jochem hield ondanks dat hij zich fanatiek met zijn vak als trainer bezig hield toch ook altijd zicht op het maatschappelijk gebeuren van zijn spelers.
    Ik hoop een mix tussen die twee te kunnen vinden: toch een bepaalde discipline, maar ook oog houden voor de mens achter de speler. Tactisch en technisch heb ik ook veel opgestoken van die twee.”

    Visie
    “Wat we allemaal willen is natuurlijk puur aanvallend voetbal. Het type voetbal dat me voor ogen staat met Huizen is degelijk en vanuit een goed georganiseerde verdediging de aanval zoeken. Daarnaast hoop je er natuurlijk ook meer beweeglijkheid in te krijgen.
    Met mijn assistent Michael Weggemans heb ik afgesproken om de zaak eerst verdedigend neer te gaan zetten, bepaalde afspraken erin te slijpen hoe ‘hoog’ we gaan staan, hoe we druk gaan zetten en wanneer. Duidelijkheid wat we gaan doen als de bal in het bezit is van de tegenstander. Als er een lange bal komt van de tegenstander, dan moeten de zaken duidelijk zijn hoe we daar op moeten reageren, hoe de rugdekking geregeld moet zijn en door wie. Volgende week willen we dan wat meer accent in de training gaan leggen hoe we dan vervolgens onder de druk van de tegenstander uit gaan proberen te voetballen. Ik wil een ploeg in beweging hebben en ik heb de eerste trainingen gemerkt dat het allemaal nog veel te statisch is – bal spelen en blijven staan, eilandjesvoetbal. Ik wil er meer een vechtmachine van creëren: heb je de eerste Huizer gehad, dan krijg je er nog drie op je nek! Ik begin met deze groep op nul. Ook al heb je hier of elders als speler een bepaalde hiërarchische status opgebouwd, dat betekent nog niet dat je ook per definitie gaat spelen.”

    Oefenstof
    “Ik ben graag gericht bezig om het herkenbaar en duidelijk te maken. Spelers moeten het inzichtelijk krijgen hoe en waar ze moeten gaan staan en lopen. Dat begint met magneetjes op het bord, maar dan moet dat toch ook ingeoefend worden op het veld, met echte afstanden en situaties. Daar zijn wij op het moment gewoon veel mee bezig. Je hoopt dat natuurlijk al in dit toernooi terug te kunnen zien – al is dat uiteraard wel erg kort dag – maar toch zagen we de tweede wedstrijd tegen VVOG al een paar zaken terug die we getraind hadden. Maar vanzelfsprekend kost dat tijd en als je de hele groep bij elkaar hebt ben je misschien wel twee of drie maanden verder voor alles precies zo gaat lopen als je voor ogen staat als trainersstaf. Het zal best nog wat voeten in aarde hebben voor ze elkaar posities volledig kunnen overnemen en de beweeglijkheid hebben om te variëren.”

    Ambitie
    “Directe handhaving of promotie?...”
    “Haha! Nou dan denk ik dat ik toch altijd voor het hoogste ga, voor promotie dus. En  of dat nou via de nacompetitie gaat of via een kampioenschap dat maakt me dan niet veel uit. Of dat reëel is? De competitie is vrij sterk en ik heb neergezet dat we zo hoog mogelijk proberen te eindigen. In de winterstop gaan we dan de doelstelling vastzetten op basis van hoe we er dan voor staan. Maar het moge duidelijk zijn dat we wel voor een plek bij de eerste vijf willen gaan.
    Ambities als trainer, dat vind ik lastig. De stap naar het betaalde voetbal is lastig en zwaar. Je moet er de papieren voor halen en dan moet je een paar maanden stagelopen. Dat valt eigenlijk niet met mijn werk te combineren en om er nou mijn werk voor op te zeggen… Ik sluit niet uit dat ik die stap wellicht ooit wel eens zal willen maken, maar voorlopig kijk ik nog even niet verder dan Huizen. Voorlopig ben ik nog druk mijn spelopvatting in het spel te slijpen. Je weet natuurlijk nooit of en wanneer er iets voorbij komt, een tweede of derde divisieclub. Maar als ik naar mijn zin heb en het bevalt van beide kanten goed, dan sluit ik zeker niet uit dat ik de komende jaren gewoon Huizen blijf trainen.”

    Over publiek, spelers en positiviteit
    “Ik mis nog een aantal spelers dat terug moet komen van vakantie en blessures. Naar een aantal  nieuwe spelers ben ik ook heel benieuwd. Van Thomas Muller heb ik de nodige verhalen gehoord, Olivier Blaauw heeft bij BFC een bepaalde rol gespeeld waarvan ik hoop dat ie dat ook bij Huizen kan waarmaken, maar ook van een Wouter Bonke weet ik nog niet in welke hoedanigheid hij hier aansluit. We zijn gewoon op alle posities goed bezet.
    Ik ken het cynisme van het Huizer publiek en dat mogen ze ook best zijn van mij, hoor - begrijp me niet verkeerd - maar ik hoop dat ze mijn spelers niet zullen afvallen tijdens de wedstrijd. Als er mindere wedstrijden worden gespeeld vind ik dat ze te allen tijde achter de spelers moeten blijven staan en als ze hun kritiek willen ventileren, dat ze dan na de wedstrijd bij mij zullen komen. Ze mogen dan hun teleurstelling rustig afreageren op mij, maar niet tijdens de wedstrijd op mijn spelers. Een speler die niet lekker in de wedstrijd zit gaat echt niet beter voetballen als hij alleen maar negativiteit vanaf de kant naar zijn hoofd geslingerd krijgt. Ik hoop de spelvreugde die wij in de wedstrijden willen leggen ook over te kunnen brengen op het publiek. Ik vind dat er na winst of verlies gewoon muziek aan kan in de kantine en dat er gewoon een biertje op gedronken kan worden. Het leven gaat ook na een nederlaag gewoon verder…”