https://www.svhuizen.nl/manussen-van-alles/n4619c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Manussen van Alles
    16 jul 2020
    Ron Tuijnman
    Een vereniging kan alleen bestaan bij de gratie van die werkpaarden die zich belangeloos voor de club blijven inzetten. Maar krijgen deze paarden wel de haver die ze verdienen?
    manussen-van-alles

    Manussen van alles
    Ik kan slecht ‘Nee’ zeggen en dat maakt mij een willig slachtoffer voor allerhande vrijwilligersbaantjes. Met mijn met rasse schreden naderende pensioen maak ik me daar ernstig zorgen over. Inmiddels is mijn lijst met bezigheden voor de club aangegroeid tot het formaat van de twaalf ambachten en de dertien ongelukken. Het begon met het leiderschap van de D2 waar mijn zoon destijds in speelde, via categorievertegenwoordiger, stadionspeaker, eindredacteur van het clubblad, redactielid, commentator voor ‘voetbalopzaterdag’, websiteverslaggever bij het eerste en de beloften, tot wederom scribent in ‘De Tweede Helft’. Met name die laatste functie illustreert mijn onvermogen voet bij stuk te houden, want ik had voor mijn doen al zeer beslist te kennen gegeven dat ik wel ‘klaar was’ met deze uitvoering van het clubblad. Maar ja, dan staat Fred Kirchner ineens voor je neus en doet een ernstig beroep op je: eerst een interview met de trainer, of ik dát dan nog voor één keertje wilde doen. Vervolgens over het interview met ‘De Medewerker’ – daar had ik vast nog wel de standaard vragenlijst voor? Alsof die ‘boef’ niet door had dat ik daar elke keer weer een nieuwe versie van bedacht opdat de vragen bij de medewerker moesten aansluiten. En tja, we hebben eigenlijk ook nog een artikel over een sponsor nodig… En dus zat ik vervolgens ook bij Zig aan tafel…
    Zoals gesteld: ‘Nee’ zeggen is iets dat me slecht afgaat en dat levert me toch wel regelmatig taken op waar ik niet echt op zit te wachten.
    Maar waarom doe ik ze dan toch?
    Omdat ik weet, dat een club nou eenmaal niet zonder dit soort ‘slapjanussen’ kan bestaan. De mensen die al dan niet zuchtend die taak dan toch maar gaan uitvoeren. Natuurlijk gaat het zeker niet allemaal met tegenzin, maar sommige taken staan nou eenmaal niet echt op mijn verlanglijstje en van sommige taken ben ik ronduit opgelucht dat ik daar (nog) niet voor gevraagd ben.
    Zo heb ik bijvoorbeeld immense bewondering voor de schoonmaakploeg die na ieder weekend onze accommodatie weer spik-en-span oplevert. Grote klasse! Zeker als ik dan het gemak zie waarop sommige no-brainers de boel in het weekend bevuilen, van kantine tot kleedkamers, de plastic bierbekers die achteloos op het terras gesmeten worden, dan voel ik de vlekken in mijn nek opkomen. Ik kan slecht tegen de minachting die daarmee naar onze clubhelden van de schoonmaakploeg uitgaat.
    Maar ook de keukenploeg die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in touw is, het wedstrijdsecretariaat, allemaal onmisbare mensen die onze vereniging ‘drijvende’ houden. Een virtueel applaus is hier zeker op zijn plaats.
    Vergeet ik dan het ‘bestuur’?... Nee, zeker niet! Ze doen het nooit goed, er is altijd wat te klagen en te zeuren.
    ‘Wie zonder zonden is werpe de eerste steen’ en die steen mag ik dan dus zelf hier ook niet ter hand nemen, want ook ik bezondig mij regelmatig aan kritiek op sommige beslissingen en keuzes die er in de bestuurskamer gemaakt worden. Maar dat neemt niet weg dat ik wel het diepste respect voor ook deze vrijwilligers heb. Ik hoor wel eens de verhalen van de telefoontjes die tot laat in de avond gepleegd worden door gefrustreerde figuren. Mensen die dan menen op het gezinsleven van de betrokken bestuursleden in te mogen breken om hun ongenoegen te ventileren... In mijn periode als eindredacteur belde een figuur, die ik verder niet met name wil noemen, me regelmatig ’s avonds laat dat ik dit of dat maar eens uit moest gaan zoeken. Blijkbaar had deze getroebleerde figuur niet door dat ik geen Alberto Stegeman heet, maar ook nog gewoon naar mijn werk moet om de schoorsteen te laten roken.
    Het zijn ook altijd uitingen van ‘ongenoegen’ die men ventileert, want het komt zelden voor dat men je belt om je te complimenteren. Complimenten die bestuursleden alleen al verdienen door het feit dát ze zich beschikbaar hebben gesteld. Linksom of rechtsom: je doet het als bestuur nooit goed in de ogen van sommigen. En toch gaan ze die confrontaties aan. Helden zijn het!
    Ik bewonder bestuursleden die die kritiek naast zich neer weten te leggen, die stug tegen de stroom in weten te blijven roeien, hetgeen mij dan ook per definitie ongeschikt maakt als bestuurslid. Zo’n manus-van-alles ben ik dus ook weer niet…
    Nu zitten we dan verlegen om een penningmeester (m/v) en dat ik nog geen debet van credit weet te onderscheiden is hier wat mij betreft gelukkig nog weer een extra beperking waardoor het risico dat men mij hiervoor vraagt verder afneemt. Ik heb totaal geen ambities in die richting en deze beker mag wat mij betreft dan ook gerust stilletjes aan mij voorbijgaan. Maar heeft u wél de kwalificaties voor deze functie en staat u stevig in uw mentale schoenen, dan zou ik u met klem willen vragen deze functie serieus in overweging te nemen. MIJN waardering en bewondering heeft u al op voorhand!