https://www.svhuizen.nl/kunstgras/n4598c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Kunstgras
    12 jun 2020
    Ron Tuijnman
    Het is inmiddels een even omstreden als niet meer weg te denken fenomeen: voetbal op kunstgras. Het blijft ter discussie staan, maar voorlopig moeten we het er toch mee doen. Een puur persoonlijke mening...
    kunstgras

    Kunstgras
    De mensen die mijn wedstrijdverslagen met enige regelmaat volgen weten dat kunstgras op weinig sympathie mijnerzijds kan rekenen. Natuurlijk kent het zo zijn voordelen en is elke nieuwe generatie kunstgrasvelden weer beter dan de voorgaande, maar ik blijf er een aversie tegen houden. Het is gewoon geen echt ‘voetbal’ voor mijn gevoel. De bal stuitert anders, een fraaie sliding tackle zie je maar zelden en die opspattende zwarte baaierds van gemalen autobanden blijven me een doorn in het oog.
    Enkele jaren geleden liep op samen met de legendarische Ton Ojers op naar de kleedkamers. “Ik heb nog nooit een knappe wedstijd op kunstgras gezien,” concludeerde Ojers die het hart overal, maar vooral ook op de tong heeft. Ik was - en ben - het roerend met hem eens. Net zo goed als ik arbitrale fouten bij het voetbal vind horen, vind ik een grasmat waar de weersinvloeden hun greep op hebben er óók bij horen. Ik zie nog die PSV-speler (was het Jurri Koolhof?) juichend weglopen in de veronderstelling dat hij de bal netjes binnen had geschoven. De bal bleef echter voor de lijn steken in de modderpoel die op dat moment voor doelgebied door moest gaan.
    En die legendarische Europacupwedstrijd van Ajax in Spanje waar – ik meen – Witsche handig van een slecht gedeelte in het veld gebruik maakte om zijn tegenstander te slim af te zijn en heerlijk te scoren. Hij speelde de bal bewust in een plas en wist dat die bal zou blijven liggen. Zijn tegenstander blijkbaar niet. In Spanje kenen ze waarschijnlijk niet zoveel plassen.
    Of wederom Ajax tegen Fenerbahçe in Turkije, waar Piet Keizer in een mega modderpoel een legendarische wedstrijd speelde. Stuk voor stuk heroïsche wedstrijden met doorploegde velden, ik kan er niet genoeg van krijgen. Het hoort er voor mijn gevoel allemaal bij, het geeft een extra dimensie aan het voetbal, iets onvoorspelbaars. U zult begrijpen dat ik er dan ook een fervent voorstander van ben om alle kunstgras uit de eredivisie te verbannen.
    Huizen speelt - net als overigens het merendeel van de amateurverenigingen - ook op kunstgras. Aanvankelijk had ik me voorgenomen dan maar niet meer naar voetbal te gaan, maar dat was een onbezonnen gedachte waar ik gelukkig al vlot van terugkwam.Bloed kruipt dan blijkbaar toch waar het niet gaan kan.
    Natuurlijk is het prettig dat zo’n plastic veld intensief gebruikt kan worden en het is een heerlijk gezicht als je een middagje jeugdtrainingen daar op dat hoofdveld meemaakt: al die kinderen die heerlijk hun sport bedrijven zonder dat de terreinmeester zich met gefronste wenkbrauwen zorgen hoeft te maken over de staat van het veld voor aanstaande zaterdag.
    Dat het ‘altijd’ door kan gaan heeft echter ook wel zijn keerzijde. Een keerzijde waar ik als uw verslaggeverd toch wel regelmatig mee te kampen heb: ook als je tenen er zo ongeveer afvriezen gaan wedstrijden gewoon door. Ik ben regelmatig na een wedstrijd moeizaam naar mijn auto terug gestrompeld met knieën waar de felle pijnscheuten van de kou doorheen trokken. Ik heb me regelmatig afgevraagd wie je met het doorgaan van die wedstrijden nou eigenlijk een plezier hebt gedaan. Het publiek? Maar dat liet het tijdens die barre kou ook massaal afweten. De spelers? Ik kan het me haast niet voorstellen – al verzekerde Murat Önal me ooit, dat eenmaal op dat veld die kou langs hen heen leek te gaan. En inderdaad zie ik ze ook nog wel met korte mouwen en blote armen aan het werk in de vrieskou. Ik moet er toch echt niet aan denken in zo’n dunnig shirtje door die vrieskou te rennen. Ik zie ook wel eens grensrechters die zich bij min tien met blauwige armpjes in hun shirtje met korte mouwtjes groot proberen te houden. Soms dan weer wel met handschoentjes aan... Meewarig denk ik dan: ‘Wat probeer je nou te bewijzen en voor wie?’, of  ‘Zou die soms geen geld hebben om ook een shirt met lange mouwen aan te schaffen?’
    De hitte is dan weer het andere uiterste. Zeker als het veld niet gesproeid is en er staat een lekker zonnetje op, dan is de stank en de hitte onbeschrijfelijk. Die gemalen autobanden stinken dat het een aard heeft, en al na een paar stappen voel je de muffe hitte langs je enkels en kuiten omhoog kruipen. Niet dat je dat op een natuurgras veld niet hebt, maar het is wel een heel stuk minder. In ieder geval heb je dan die smerige stank van die autobanden niet die je op de keel slaat. En het RIVM maar volhouden dat het allemaal geen kwaad kan voor de volksgezondheid. Kinderen rollen en rennen over dat veld, keepertjes duiken met hun neus tussen de korrels, die op de keper beschouwd gewoon chemisch afval zijn. Vandaar ook dat datzelfde RIVM clubs en sportparken boetes oplegt als de gemalen autobanden in de natuur terecht dreigen te komen. Blijkbaar is men bij het RIVM bezorgder om – pakweg – de bosmarmot dan om onze eigen jeugd…
    Maar goed: gedane zaken nemen geen keer en ik begrijp dat de voordelen blijkbaar toch opwegen tegen alle nadelen die ik hier de revue heb laten passeren. Ik heb er mee moeten leren leven, net zoals wij als samenleving nu met die Corona-toestanden moeten leren leven.

    En ik vind dat beide niet echt meevallen…