https://www.svhuizen.nl/clubt-h-oppers/n4582c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Clubt(h)oppers
    14 mei 2020
    Ron Tuijnman
    Spelers komen en gaan, sommigen laten hun sporen na in een club, anderen verdwijnen als een dief in de nacht. Een column...
    clubt-h-oppers

    Clubt(h)oppers
    ‘Het grote geld heeft het voetbal kapot gemaakt!’ en ‘Clubliefde bestaat niet meer!’ Het zijn veelgehoorde kreten van de aanhang van willekeurige welke ‘amateur’club ook. En inderdaad: heel af en toe bekruipt mij die overtuiging ook als ik weer eens een talentvolle speler naar de boorden van het IJsselmeer zie vertrekken om dan wel in het rood dan wel in het blauw zijn voetbalcarrière voort te zetten. Dat doet zeer en het verwijt dat de speler in kwestie een geldwolf is, ligt de supporters dan in de mond bestorven.
    Maar het zijn echter ook de momenten dat ik terugdenk aan Martijn Bakker. Als je nou praat van een clubspeler dan was hij het wel. ‘Eigen jongetje’, brave back, deed wat hij doen moest, trainde ook de jeugd op de woensdagmiddagen, kortom een echte clubtopper.
    Maar Martijn kwam kwaliteit tekort in de ogen van de toenmalige TC en de club waar hij dan zijn liefde aan zou moeten betuigen liet hem vallen als een baksteen. En dan denk ik dus: clubliefde moet wel van twee kanten komen! Waarom zou een speler zich wél aan een club gebonden moeten voelen, terwijl de club spelers inwisselt alsof het dubbeltjes op een lentemarkt waren?
    Een paar seizoenen later zou diezelfde Martijn het ons overigens nog knap lastig maken in de competitie...

    Maar goed: je kunt er dus maar elf tegelijk opstellen en keuzes moeten daar dus in gemaakt worden. Prestaties eisen helaas soms harde maatregelen, doorselecteren is onderdeel van een ambitieus proces als je mee wilt op een hoog niveau. Daarbij ontziet een vereniging niets of niemand. Doe je dat niet, dan moet je genoegen nemen met een vriendenteam in de vierde klasse of zo. Een keuze die óók door weinig supporters gemaakt zal worden, ondanks de soms grote woorden aan de bar…
    Daarom verwijt ik een speler die elders meer kan verdienen niets, That’s life! That’s football!

    Een clubspeler waar ik ook altijd met warmte op terugkijk is Danny Benning. Niet echt een speler waar je nou meteen een seizoenkaart voor aan zou schaffen, maar wel een speler die ik er nimmer op heb weten te betrappen dat hij met 99% inzet speelde. Een speler die net als ooit Maarten Schrama altijd als eerste op het lijstje stond bij nieuwe trainers – het lijstje van spelers die doorgeselecteerd moesten worden, waarvoor een ‘betere’ gezocht moest worden. Een speler ook, die altijd na een week of wat zich immer weer doodleuk in de basis knokte om er vervolgens niet weer uit te verdwijnen. Van Maarten herinner ik me ook een anekdote dat we op het toenmalige ‘heuveltje’ voor de kantine stonden en de ene na de andere bewonderende tekst over Maarten door de groep ging. Toen één van de mannen voor me een opmerking maakte dat hij de ‘ontdekker’ van Maarten was, en een ander aangaf ‘het altijd al in hem gezien te hebben’, merkte ik op: “Ja, nog effe! D’r staat er hier zelfs een die beweert dat ie zijn vader is!” Vader Schrama kon er gelukkig de humor wel van inzien en glunderde van trots.
    Ik heb een zwak voor dat soort karakterspelers. Schrama heeft het knokken tegen die bierkaai uiteindelijk toch maar opgegeven en is bij AH gaan spelen, Benning heeft een punt achter zijn carrière op het veld gezet. Maar het zijn spelers waar ik nog steeds met warme gevoelens op terugkijk. Als er zoiets als clubliefde bestaat, dan is het wel de genegenheid die je voor dat soort spelers krijgt en blijft voelen.

    Ook spelers die van buiten kwamen betoonden zich vaak uitermate betrokken bij de club. Ik herinner me nog goed het gouden duo achterin Bartje Hulsbos en David Toxopeus. Na de training altijd nog lang in de kantine, veel contact met de aanhang, op handen gedragen, spelers waarvan je dacht dat ze zo met de club vergroeid waren dat een vertrek niet in je op kwam, spelers die je niet meer weg leek te kunnen denken van de Wolfskamer.
    Toch ook hield dat op: Tox werd geblesseerd en kwam daarna nooit meer 100% op zijn oude niveau terug, Bartje kreeg een aanbieding van GVVV waar hij geen nee tegen kon zeggen.
    Toch waren het allemaal spelers die op hun eigen manier een zekere verbondenheid met de club uitstraalden. Een verbondenheid die ik nu ook weer zie in Brian Willemse. Glorieus was zijn optreden tegen de profs van het grote Ajax, zijn onmogelijke safe tegen de byciclekick van Kolbeinn Sigtórsson, die IJslandse spits die Ajax toen had. Brian was groots die wedstrijd. Desondanks bleef de kritiek en Brian koos voor Sparta Nijkerk toen er uiteindelijk toch gevolg werd gegeven aan de roep om een andere eerste doelman. Dat bleek trouwens wel een hele geweldige te zijn, maar dat terzijde. Maar waar was toen de liefde van de club voor Brian? Het eigen jongetje, de speler uit de eigen jeugdgelederen? Net als bij Martijn Bakker bleek ook toen de clubliefde van één kant te moeten komen en was voor de supporters ‘wat je van ver haalt toch ook weer lekkerder’…
    Clubliefde bestaat niet in het voetbal, opportunisme heerst. En dat heeft uiteindelijk meestal toch veel minder met geld te maken dan we onszelf graag wijs maken…