https://www.svhuizen.nl/bobby/n4587c103
Zalmkado logo huizer kaasgilde logo bcz logo slokker it logo meco
Zalmkado logo huizer kaasgilde
     
    Bobby
    29 mei 2020
    Ron Tuijnman
    Onbetaalbaar zijn ze, die noeste werkers voor je club. Onbetaald dan ook meestal. Bobby was er daar één van...
    bobby

    Bobby
    Bladerend door de clubbladen ook veel gezichten van clubmensen die niet meer onder ons zijn. Bob van der Zee was er daar één van. Clubman in hart en nieren en net als ik van geboorte Amsterdammer. Hoewel ik nu al twee keer langer in Huizen woon dan ik ooit in Amsterdam heb vertoefd, blijf ik voor mijn gevoel voor de Huizer gemeenschap toch ‘een jas’ - zoals de Volendammers een niet ingeborene noemen. Niet dat men mij ooit het gevoel heeft gegeven ‘er niet bij te horen’, het was meer mijn eigen gevoel dat mijn ‘roots’ in Amsterdam lagen en dat maakte ook dat Bob en ik wel een klik hadden. Bob was zo’n beetje de Haarlemmer olie van Huizen: overal goed voor maar nergens té goed voor. Van het trainen van de jeugd (altijd de lagere elftallen) tot het hijsen van de vlaggen, chips verkoop bij de training van de jeugd, veldonderhoud, je noemt het en Bob deed het. Gouden kerel, ik kan niet anders zeggen.
    Als leerkracht met akte J (lichamelijke opvoeding) was er natuurlijk wel wat op te merken aan de trainingsmethoden van onze Bob. Natuurlijk word je beperkt als je dertig jongetjes moet zien bezig te houden met vier ballen, maar Bob ging er toch met ziel en zaligheid voor. Een lange rij ongeduldig aan elkaar frunnikende voetballertjes die tien minuten moesten wachten voor ze weer aan de beurt waren om weer een keer op goal te schieten na het obligate rondje om het veld en met daarna als afsluiting het onvermijdelijke partijtje tegen – een grote kluwen pingelende mennekes die door onze Bob continue aangespoord werd om vooral ‘over te spelen’ en ‘vrij te lopen’. Ook hier lagen oorzaak en gevolg in elkaars verlengde: liep je vrij, dan kreeg je geen bal en liep je in de meute mee te pingelen dan kon je de bal aan geen mens kwijt. Dat niet al die potjes in 0-0 eindigden is me nog steeds een compleet raadsel. Natuurlijk heb ik wel eens overwogen om Bob van wat advies te dienen, maar op de een of andere manier kon ik het uiten van de daar impliciet in vervatte kritiek niet opbrengen bij die sympathieke Amsterdammer. En dus stond ik veelal met de vader van David Levi (die ons inmiddels ook is ontvallen), de vader van Thijs Wieldraijer (verhuisd naar Nijmegen) maar wat ginnegappend de verrichtingen van ons matig getalenteerde kroost aan te kijken. De mennekes hadden er overigens altijd de grootste schik in en gingen blij naar Bobs ‘trainingen’. En tja, wat wil je als ouder dan eigenlijk nog meer?
    Een vereniging bestaat bij de gratie van die Bobby’s, die handen uit de mouwen en aanpakken types. Er gaat geen weekend voorbij als ik naar de vlaggenmasten kijk dat ik niet even terugdenk aan die ruwe bolster met die o zo blanke pit. Doe mij een dozijn Bobby’s en ik geef u een florerende vereniging! Bob is bijna in het harnas gestorven. Nadat hij onwel was geworden bij het ophangen van de vlaggen heeft iemand de zware taak op zich genomen Bob te vertellen dat ‘het’ niet meer kon. Veel van zijn werkzaamheden deed hij namelijk als hij helemaal alleen op het complex was. En dat was dus niet langer verantwoord. Kort daarna heeft Bob het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Helaas wist ik geen foto van Bob meer uit mijn veel te omvangrijke archieven op te diepen, maar wie in iemands hart verder leeft die sterft nooit…
    Bob, alsnog bedankt!